Geen woorden voor

Bij Annemarie

Haastig begeef ik me naar de Intensive Care, waar de verpleegkundige me al opwacht. Ze zorgt voor een patiënt die vannacht tegen een boom is gereden. “Hij gaat het niet redden en de familie wil graag een afscheidsritueel”, vertelt ze me. “Als jij geweest bent en als de familie er klaar voor is, koppelen we hem van de machines af.”

Voorzichtig loop ik zijn kamer op. Ik zie een man in de bloei van zijn leven, zwaar aangedaan door het ongeval. Eigenlijk is hij al niet meer bij ons; hij wordt in leven gehouden door de  beademing. Zijn ouders staan om hem heen, net als zijn zussen met hun partners en kinderen. De jongste met een knuffelbeer, stevig vastgeklemd. Ik probeer me voor te stellen hoe verslagen en onmachtig ze zich voelen.

De ergste nachtmerrie

Je wordt vanzelf stil als je zo’n tafereel aanschouwt. Het is ‘te groot’ voor ons mensen. Er zijn geen woorden voor. En toch is dat wat ik kom doen; woorden geven aan het onzegbare. Aan de ergste nachtmerrie die je als ouders en als gezin kan overkomen; dat de politie aan de deur staat om te zeggen dat het helemaal mis is.

Ik betuig mijn medeleven en vraag vervolgens aan de ouders en zussen of ze met mij mee willen lopen, de gang op. Ook al verwacht ik dat hun zoon en broer niets meer kan horen, ik vind het belangrijk om de rust te bewaken aan het bed.

“Wat is er gebeurd?” vraag ik, ook al weet ik het al van de verpleegkundige. Maar ik wil van hen het verhaal horen, zodat ze van zich af kunnen praten. En ik een beeld krijg van hun dierbare en van het immense verdriet dat hen overspoelt. Daarna trek ik me een paar minuten terug om te laten bezinken wat ik zojuist gehoord heb.

‘Ik voel een traan in mijn ooghoek’

Terug in de kamer geef ik de kleintjes waxinelichtjes, omdat hun oom gaat beginnen aan zijn reis naar ‘het grote licht’. Dan vraag ik iedereen om bij het bed te komen staan en elkaar en hun zoon en broer vast te houden.

Ik heb nog niet helemaal helder wat ik ga zeggen, maar ik vertrouw erop dat de woorden vanzelf komen. “Wat heb je ons laten schrikken… Wie had kunnen bedenken dat we nu hier zouden staan rondom jou…. We hadden je graag nog veel langer bij ons gehad… We zijn dankbaar dat je er een van ons was…  Je kind af moeten geven is iets waarvan je hoopt dat het je nooit zal overkomen… Je zult altijd bij ons horen….” Al improviserend benoem ik alle gedachtes en gevoelens die ik waarneem, om de familie vervolgens te vragen om tegen hun geliefde te zeggen wat ze nog hadden willen zeggen. Want als iemand zo plotseling uit het leven wordt gerukt, heb je geen afscheid kunnen nemen. En dat is juist zo belangrijk voor het rouwproces.

Laatste ogenblikken

Wanneer de moeder het woord tot haar zoon richt en zegt hoeveel ze van hem houdt, voel ik een traan in mijn ooghoek. Zo tragisch wat hier gebeurt. Tegelijk ben ik dankbaar dat ik iets kan betekenen voor deze familie.

Ik eindig het ritueel met een gedicht over verbondenheid door de dood heen. Daarna wens ik de familie heel veel sterkte voor wat komen gaat en verlaat ik de intensive care. Me beseffende dat het voor hen de laatste ogenblikken zijn waarin ze als gezin compleet zijn.

> Lees ook: Afscheidsrituelen, daarom zijn ze zo belangrijk

Marieke Schoenmakers is geestelijk verzorger bij Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis (ETZ). Hiervoor heeft ze vijf jaar in de ouderenzorg gewerkt. In haar blogs deelt ze informatie en ervaringen over wat ze meemaakt. Dat kun je hier lezen.

Wil je dit ook lezen?

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat je hiermee instemt. Accepteer Lees meer